EEN BAANSEIZOEN IN SUPERLATIEVEN

Woensdagmiddag 11 juni, kwart voor 7 stap ik de deur uit. Ik heb mijn duurloop al de hele dag uitgesteld. Wanneer mijn “Ik heb geen zin” door vriendje-lief resoluut met een “kom we gaan” wordt weggewimpeld sta ik buiten. Mijn benen zijn zwaar en voelen als twee wiebelige elastiekjes. Ik ben moe van een aantal goede trainingsweken. Vooral van mijn baantraining van gisteren: 10x400 met 1 minuut pauze. Als ik een label moest plakken aan deze training zou ik gaan voor ‘machtig.’ 

Ik hou van het wedstrijdseizoen. Lange, monotone duurlopen worden ingewisseld voor kort werk op de baan. Geen kwantiteit maar kwaliteit. Ik vind het fijn om mijn blote voeten in mijn spikes te wurmen, voor mijn training stiekem een beetje zenuwachtig te zijn en me na afloop voldaan in het gras te kunnen laten zakken. Er is niks gaver dan te voelen dat je in vorm raakt.

Mijn training van gisteren verliep waanzinnig goed. Tempo 68 voelde gemakkelijk en ik kon binnen een minuut goed herstellen. Wanneer trainer Eddy halverwege mijn schema nog een glimlach signaleert krijg ik de opdracht mijn laatste paar tempo’s af te bouwen. Ik mag een paar seconden na een aantal Team 4 Mijl mannen starten zodat ik op ze in kan lopen. Ik hoef niet na te denken. Alleen maar gas te geven. Ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden en laat mijn benen het werk doen. Als bij de 200 meter lijn het geluid om me heen wegvalt merk ik dat ik een flow zit. Met nog 100 meter te gaan loop ik vooraan in het groepje. Ik zet nog een beetje aan en loop mijn laatste loopje in 65. Ik finish en het duurt niet lang voordat mijn grimas plaats maakt voor een glimlach. Machtig!   

Grappig dat zo’n simpel duurloopje van 45 minuten vandaag aanvoelt als een worsteling. Wanneer ik nu in labels zou denken zou ik deze training als ‘catastrofaal’ bestempelen. Wouter zorgt onderweg voor de nodige afleiding waarbij ik moet oppassen dat ik niet in de lach schiet. Ik voel me slap en wanneer ik afgeleid raak voelt het alsof mijn spaghetti-benen knakken. “Turtle stampening through peanut butter” zo luidt de titel van dit hopeloze loopje op Strava na afloop.

Een wedstrijdseizoen betekent hard trainen, luisteren naar je lichaam en voldoende herstellen. Dat laatste puntje neem ik niet altijd even nauw. Ik zit niet graag stil en doe graag VÉÉL. Soms té veel. Zo was ik er van overtuigd dat ik best op woensdagavond een wedstrijd in Koblenz kon lopen om de volgende ochtend om 6 uur naar Groningen terug te crossen en vervolgens stipt om 10 uur op de universiteit te verschijnen. Met het slaap in mijn ogen en twee verschillende sokken aan heb ik mijn studiegenootjes mijn beleidsvoorstel voor een mondiaal opgezet dopingbeleid gepresenteerd. Ook vond ik dat ik als honden-babysitter best 4 x in de week op-en neer van Amersfoort naar Groningen kon reizen, tussendoor kon trainen en af en toe een tentamen kon maken....


Dat doe ik gewoon. Dácht ik. Tot precies 14 dagen voor het NK… Toen ik ziek en snotterig wakker werd. De bekende mengeling van frustratie en paniek. Wanneer ik niks kan doen word ik ongeduldig (en volgens bepaalde bronnen onuitstaanbaar).

“Ik wil nu geen vorm verliezen. Ik wil niet slapen. Ik ben niet ziek. Geen tijd voor. Liever géén NK dan een half NK.” Ik voelde me miserabel en lamlendig. Ja, ik spreek graag in superlatieven. (En ja, ik stel me graag een beetje aan.)

Wanneer ik na een goede week opgeknapt ben, herhaal ik in mijn hoofd onbewust vaak het door heer Ploeger meegekregen advies: “Wat in het vat zit, gaat niet verloren.” En ja wie weet…misschien was dat weekje extra rust best goed?

19 juni. Het NK atletiek in Amsterdam. Spannend. Toch het moment waar ik de hele zomer naar toe heb gewerkt. Het is opvallend hoe zelfverzekerd ik me voel. Dat is nieuw... Geen twijfels maar een zeker mix van ongeduld en rust overheersen. Ik heb er zin in! Het plan is eigenlijk vrij simpel: racen.

De eerste kilometers volg ik het spoort van Susan Kuijken en Jip Vastenburg waarna ik na twee kilometer besluit mijn eigen tempo te zoeken. Tevens het moment waarop ik het gevecht met mezelf moet aangaan. Ik loop alleen en merk dat ik het moeilijk vind om mezelf te blijven pushen. In het publiek zoek ik naar aanwijzingen van Eddy. Ik heb geen idee wat er achter me gebeurd en probeer vooral ontspanning te houden. Hoewel ik het moeilijk vind om mezelf echt pijn doen, finish ik als derde in een tijd van 16.15. Een dubbel gevoel: brons – het absoluut hoog haalbare in een finale met twee Olympische atletes – maar wel 16 seconden verwijderd van mijn pr. 

Foto: Erik van Leeuwen
Foto: Erik van Leeuwen

Inmiddels twee weken later ben ik tevreden met mijn NK prestatie en vooral ook gretig naar meer. Mijn baanseizoen is zeker nog niet afgelopen. Tot nu toe is het een bijzonder seizoen. Ik ben in 3 van de 4 baanwedstrijden met de winst aan de haal gegaan, heb pijntjes tijdig gesignaleerd, pr’s laten sneuvelen en het belangrijkste van alles: heel veel zelfvertrouwen opgedaan!   

 

Wat wordt het label van mijn baanseizoen 2016… Machtig? Mooi? Intens? Het wordt in ieder geval het baanseizoen van de superlatieven.


Marcella Runs Europe  - Just a little all over the place